Vir Johan Kruger (omdat my tong aan my kies vasgegom is) en Antie Serdyn (wat my soms leer om minder te babbel en meer te lees): die wysheid van Lubertus Jacobus Swaanswijk.
een goed woord vindt steeds een goede plaats
meng ze de schone sterke leugens
met het kermende grint op kerkhoven
en in kraamkamers met het geloof en
de melk voor het kermende kind
het gevleugelde woorde bestaat
zolank de lijm niet loslaat
want dan stort het als gemeenplaats
diep in het hart
daarom zijn gemorste woorden niet mis
een ieder heeft ze heel oud
en geeft ze so maar als rotte vis
prijs aan een zee van gekout
kwade wind giftig water de menselijke stem
een luide beek maar sonder bedding
een wielende molen zonder wentelsteen
en schetterende wegen nergens heen.
alleen bij het ernstig en radeloos
rondwaren in dit lege land zonder redding
kust men plots – doodgoed – zijn eigen kwade hond
en zo – uit selfrespekt – houdt men zijn mond
© Lucebert 1982
(‘n Kaapse Klops op die skouer as jy Wittgenstein in die slot bespeur.)